| Categorie of berekende grens | Hei- en funderingsbedrijven | Betonvlechtersbedrijven |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 450 | 1.810 |
| Eén werkzaam persoon | 360 | 1.655 |
| Natuurlijke personen | 300 | 1.720 |
| Afgeleide ondergrens overlap | 210 | 1.565 |
| Afgeleide bovengrens overlap | 300 | 1.655 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Welke overlap is op basis van de marges mogelijk?
Begin met 360 plus 300. Trek daar de 450 bedrijven in de hele groep af. Na begrenzing op nul is 210 de ondergrens voor de overlap van de twee getelde groepen, gerekend met de gepubliceerde afgeronde waarden. De bovengrens ligt bij het kleinste losse aantal, hier 300. Als aandeel van hei- en funderingsbedrijven loopt dit rekenvenster dus van ongeveer 46,7% tot 66,7%. Het CBS heeft in deze tabel de kruising zelf niet gepubliceerd. Een precieze telling van mensen met de rechtsvorm eenmanszaak kun je er niet uit afleiden.
Dezelfde rekensom bij betonvlechtersbedrijven
In deze tweede bedrijfstak werken 1.655 bedrijven met één persoon. 1.720 van de in totaal 1.810 vallen onder natuurlijke personen. De ondergrens van de doorsnede is hier circa 1.565 en de bovengrens 1.655. De ruimte tussen beide bedraagt 90 bedrijven, tegen 90 bij hei- en funderingsbedrijven. Hoe groter het venster, hoe minder precies een uitspraak over de combinatie van eigendom en werkverdeling kan zijn.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij hei- en funderingsbedrijven?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘ruimte tussen de rekenkundige grenzen voor solowerk en natuurlijke personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 43 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van betonvlechtersbedrijven (5 procentpunt), het hoogste voor hei- en funderingsbedrijven (20 procentpunt). Hei- en funderingsbedrijven ligt met 20 procentpunt aan de bovenkant van deze vergelijking. De meest nabije uitkomst is 17,6 procentpunt bij overige afwerking van gebouwen. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij betonvlechtersbedrijven met 1.810 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is overige afwerking van gebouwen met 17,6 procentpunt de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 43991 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 30,2 procentpunt naar 25,9 procentpunt. Over één jaar is het verschil -4,3 procentpunt, of gemiddeld -4,3 procentpunt per jaar. Bij betonvlechtersbedrijven ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 4,6 procentpunt naar 4,7 procentpunt. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +185 bedrijven. De telling van bedrijven verschil tussen de twee overlapgrenzen verschoof tegelijkertijd met +10. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 30,2 procentpunt naar 20 procentpunt.
Voor een check van je eigen ondernemersrol zegt het rekenvenster bij hei- en funderingsbedrijven vooral wélke informatie nog ontbreekt. Vraag aan een ondernemer uit hei- en funderingsbedrijven wie voor eigen rekening werkt, wie bepaalt hoe een klus buiten de deur wordt uitgevoerd en welke afspraken er gelden bij afwezigheid. Gebruik de uitkomst bij overige afwerking van gebouwen als tweede vraag, niet als een juridisch advies over jouw bedrijfsvorm.



