| Categorie of berekende grens | Sloopbedrijven | Overige afwerking van gebouwen |
|---|---|---|
| Alle bedrijven | 2.605 | 2.870 |
| Eén werkzaam persoon | 2.250 | 2.270 |
| Natuurlijke personen | 2.255 | 2.365 |
| Afgeleide ondergrens overlap | 1.900 | 1.765 |
| Afgeleide bovengrens overlap | 2.250 | 2.270 |
Bron CBS, StatLine 81589NED, SBI 2008. Een Nederlands bedrijf kan meerdere vestigingen omvatten. Percentages en grenzen zijn benaderingen op afgeronde aantallen. Januari 2024 is definitief, 2025 nader voorlopig en 2026 voorlopig. De vergelijkingsbranches zijn niet opgeteld.
Welke overlap is op basis van de marges mogelijk?
Begin met 2.250 plus 2.255. Trek daar de 2.605 bedrijven in de hele groep af. Na begrenzing op nul is 1.900 de ondergrens voor de overlap van de twee getelde groepen, gerekend met de gepubliceerde afgeronde waarden. De bovengrens ligt bij het kleinste losse aantal, hier 2.250. Als aandeel van sloopbedrijven loopt dit rekenvenster dus van ongeveer 72,9% tot 86,4%. Het CBS heeft in deze tabel de kruising zelf niet gepubliceerd. Een precieze telling van mensen met de rechtsvorm eenmanszaak kun je er niet uit afleiden.
Dezelfde rekensom bij overige afwerking van gebouwen
In deze tweede bedrijfstak werken 2.270 bedrijven met één persoon. 2.365 van de in totaal 2.870 vallen onder natuurlijke personen. De ondergrens van de doorsnede is hier circa 1.765 en de bovengrens 2.270. De ruimte tussen beide bedraagt 505 bedrijven, tegen 350 bij sloopbedrijven. Hoe groter het venster, hoe minder precies een uitspraak over de combinatie van eigendom en werkverdeling kan zijn.
Welke vergelijkingsbranche ligt het dichtst bij sloopbedrijven?
De vergelijking draait om de maatstaf ‘ruimte tussen de rekenkundige grenzen voor solowerk en natuurlijke personen’. Hiervoor staan 6 activiteiten uit hoofdtak 43 naast elkaar. Het laagste resultaat komt voor rekening van betonvlechtersbedrijven (5 procentpunt), het hoogste voor overige afwerking van gebouwen (17,6 procentpunt). Bij 2 van de onderzochte activiteiten ligt de waarde lager dan 13,4 procentpunt en bij 3 hoger. Met 15 procentpunt komt grondverzetbedrijven het meest in de buurt van sloopbedrijven. Kies je uitsluitend op het totale bedrijfsaantal, dan kom je uit bij overige afwerking van gebouwen met 2.870 bedrijven. Selecteer je op de gemeten verdeling, dan is grondverzetbedrijven met 15 procentpunt de nadere vergelijking.
Wat veranderde er tussen januari 2025 en januari 2026?
Binnen de geselecteerde januarimetingen lag de sterkste verschuiving per jaar voor SBI 4311 tussen januari 2025 en januari 2026. De uitkomst ging van 12,3 procentpunt naar 13,4 procentpunt. Over één jaar is het verschil +1,1 procentpunt, of gemiddeld +1,1 procentpunt per jaar. Bij overige afwerking van gebouwen ging dezelfde maatstaf over die twee peildata van 15 procentpunt naar 16,8 procentpunt. De verandering van het totaal tussen oktober 2025 en oktober 2026 bedroeg +65 bedrijven. De telling van bedrijven verschil tussen de twee overlapgrenzen verschoof tegelijkertijd met +15. Daardoor veranderde de gekozen maatstaf van 13,2 procentpunt naar 13,4 procentpunt.
Voor een check van je eigen ondernemersrol zegt het rekenvenster bij sloopbedrijven vooral wélke informatie nog ontbreekt. Vraag aan een ondernemer uit sloopbedrijven wie voor eigen rekening werkt, wie bepaalt hoe een klus buiten de deur wordt uitgevoerd en welke afspraken er gelden bij afwezigheid. Gebruik de uitkomst bij grondverzetbedrijven als tweede vraag, niet als een juridisch advies over jouw bedrijfsvorm.




