Scheid de vraag van de stukken
Begin met het materiaal ‘Bellog zonder klantnamen en bevoegdhedenmatrix’. Schrijf er de herkomst, de beschikbare versie en de datum van de beslissing naast. Als een onderdeel alleen mondeling bekend is, vermeld je wie het kan bevestigen. Zo ontstaat een bruikbaar onderscheid tussen iets dat al in het dossier staat en een verwachting die nog besproken moet worden.
Het werkproduct voor deze stap is ‘Escalatietabel’. Zet daarin één open punt apart. In deze casus is dat ‘Ontbreekt kennis, mandaat of een duidelijke grens?’. Schrijf bij het punt wat je nog nodig hebt om erover te beslissen. Een bron, concrete waarneming of aangewezen verantwoordelijke maakt de vervolgstap beter uitvoerbaar dan een algemene afspraak om later opnieuw te kijken.
De twee condities in het werkblad
Zonder besliskaart komt uit op 7 meldingen per dienst. Bij met besliskaart staat 3 meldingen per dienst. Het verschil bedraagt 4 meldingen per dienst in neerwaartse richting. Bij het inventariseren helpt dit paar om te controleren of ‘Bellog zonder klantnamen en bevoegdhedenmatrix’ wel beide condities beschrijft. Ontbreekt één kant, dan hoort die beperking in ‘Escalatietabel’.
Open voor de inventarisatie een werkregel met als opschrift «Categoriseer de telefoontjes». Registreer bij «Zonder besliskaart» de waarde 7 meldingen per dienst. Registreer 3 meldingen per dienst op een afzonderlijke regel voor «Met besliskaart». Zet naast beide de herkomst, datum en afbakening. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Bellog zonder klantnamen en bevoegdhedenmatrix. Komt het benodigde gegeven alleen in een gesprek ter sprake, laat de aangewezen gesprekspartner het dan bevestigen voordat je de regel als gecontroleerd markeert. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Neem ‘Onderscheid kennis en mandaat’ pas op nadat duidelijk is welke informatie daarvoor beschikbaar is. Gebruik je inventaris als overdracht. Zet bij ‘Escalatietabel’ de naam van de verantwoordelijke, de nog ontbrekende bron en het moment waarop je het punt opnieuw beoordeelt.
Geef aan wat je zelf hebt waargenomen en waar je nog een gesprek of document voor nodig hebt. Bij de vraag ‘Categoriseer de telefoontjes’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over een dag zonder de oprichter. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.
Controleer je notitie aan de hand van een praktisch tegenvoorbeeld. Stel dat ‘Bellog zonder klantnamen en bevoegdhedenmatrix’ later wordt bijgewerkt. Welke uitspraak over categoriseer de telefoontjes zou je dan opnieuw moeten toetsen? Schrijf op wat de wijziging betekent voor eigenaar van een dienstverleningsformule en wie daarover bericht moet krijgen. Dat maakt de uitwerking bruikbaar bij een volgende versie van het dossier.




