Scheid de vraag van de stukken
Begin met het materiaal ‘Observatieblad met tijdstippen en taaksoorten’. Schrijf er de herkomst, de beschikbare versie en de datum van de beslissing naast. Als een onderdeel alleen mondeling bekend is, vermeld je wie het kan bevestigen. Zo ontstaat een bruikbaar onderscheid tussen iets dat al in het dossier staat en een verwachting die nog besproken moet worden.
Het werkproduct voor deze stap is ‘Tijdlijn’. Zet daarin één open punt apart. In deze casus is dat ‘Geeft dit bezoek voldoende zicht op de kern van de werkdag?’. Schrijf bij het punt wat je nog nodig hebt om erover te beslissen. Een bron, concrete waarneming of aangewezen verantwoordelijke maakt de vervolgstap beter uitvoerbaar dan een algemene afspraak om later opnieuw te kijken.
De twee condities in het werkblad
Voorbereidingsuur komt uit op 2 interacties per halfuur. Bij lunchpiek staat 18 interacties per halfuur. Het verschil bedraagt 16 interacties per halfuur in opwaartse richting. Bij het inventariseren helpt dit paar om te controleren of ‘Observatieblad met tijdstippen en taaksoorten’ wel beide condities beschrijft. Ontbreekt één kant, dan hoort die beperking in ‘Tijdlijn’.
Open voor de inventarisatie een werkregel met als opschrift «Leg de bezochte tijdvakken vast». Registreer bij «Voorbereidingsuur» de waarde 2 interacties per halfuur. Registreer 18 interacties per halfuur op een afzonderlijke regel voor «Lunchpiek». Zet naast beide de herkomst, datum en afbakening. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Observatieblad met tijdstippen en taaksoorten. Komt het benodigde gegeven alleen in een gesprek ter sprake, laat de aangewezen gesprekspartner het dan bevestigen voordat je de regel als gecontroleerd markeert. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Neem ‘Tel zichtbare interacties’ pas op nadat duidelijk is welke informatie daarvoor beschikbaar is. Gebruik je inventaris als overdracht. Zet bij ‘Tijdlijn’ de naam van de verantwoordelijke, de nog ontbrekende bron en het moment waarop je het punt opnieuw beoordeelt.
Geef aan wat je zelf hebt waargenomen en waar je nog een gesprek of document voor nodig hebt. Bij de vraag ‘Leg de bezochte tijdvakken vast’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over meelopen op een stille woensdagochtend. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.
Controleer je notitie aan de hand van een praktisch tegenvoorbeeld. Stel dat ‘Observatieblad met tijdstippen en taaksoorten’ later wordt bijgewerkt. Welke uitspraak over leg de bezochte tijdvakken vast zou je dan opnieuw moeten toetsen? Schrijf op wat de wijziging betekent voor kandidaat bij een foodconcept en wie daarover bericht moet krijgen. Dat maakt de uitwerking bruikbaar bij een volgende versie van het dossier.




